Ooit was er een tijd dat de rolverdeling tussen arts en patiënt duidelijk was: de arts was de alwetende genezer en de patiënt was vol ontzag en onderging de behandeling zwijgzaam en volgzaam.

 

Vooral door de komst van internet is deze rolverdeling lang niet meer vanzelfsprekend. Burgers informeren zich over hun aandoening en zijn in staat om nuttige informatie via dit medium te verkrijgen. De burger wordt steeds mondiger en wil ook meer begrijpen en soms zelfs meedenken over zijn behandeling: het gaat immers toch ook over zijn lichaam.

 

Deze toenemende mondigheid wordt vaak niet met open armen ontvangen door het medisch establishment. Zij hebben immers vele jaren gestudeerd en vinden het een stuk makkelijker als de patiënt gewoon vertrouwt op hun kennis, kunde en ervaring. Een kritische patiënt die actief meedenkt met zijn of haar behandeling begeeft zich eigenlijk op een terrein waar hij niet thuishoort. 

Schoenmaker houd je bij je leest. Een bakker hoort niet graag tips van zijn klant over hoe hij een beter brood kan bakken, net zo min als een docent het prettig vindt om doceeradvies te krijgen van zijn studenten. Een arts zou echter een actieve inbreng van een patiënt moeten waarderen. Via informatie en overleg kun je naemlijk kennis en inzicht vergroten.

 

Omdat het echter om zo iets cruciaals gaat als de lichamelijke gezondheid van de patiënt zelf heeft hij of zij wel een erg goed argument om betrokken en goed geïnformeerd te zijn. Bovendien is de arts zelfs op grond van een wet, namelijk de WGBO (Wet op de Geneeskundige Behandel Overeenkomst), verplicht de patiënt goed te informeren.

 

Hoe kan deze toenemende hoeveelheid kennis en mondigheid van de patiënt op een constructieve wijze gecombineerd worden met de deskundigheid van de arts of specialist?

 

OPENSTAAN VOOR CONSTRUCTIEVE INBRENG VAN PATIËNT

Voor de arts kan het zinvol zijn om open te staan voor de mogelijkheid dat de patiënt ook echt iets kan bijdragen aan de behandeling. Een arts heeft immers niet zomaar de tijd om vele uren achter internet te gaan zoeken naar allerlei ontwikkelingen en nieuwe behandelmogelijkheden. Specialisten zijn immers ook maar mensen en kunnen soms niet alles goed bijhouden, ook al zouden ze wel steeds up to date horen te blijven.

 

Denk hierbij bijvoorbeeld aan de artsen in Zwolle (Isalakliniek, zie Op je hoede zijn voor...die nog de metalen sportheup van DePuy plaatsten terwijl het al jaren bekend was bij de Sint Maartenskliniek in Nijmegen dat deze een gevaar vormde en daarom niet niet geplaatst werden aldaar.

 

Een goed geïnformeerde patiënt had dit wellicht op internet kunnen achterhalen en zijn specialist erop kunnen wijzen.

 Je kunt je voorstellen dat het niet past binnen de traditionele verhoudingen, maar in het moderne internettijdperk zou de specialist juist dankbaar gebruik moeten maken van deze goed geïnformeerde patiënten.

 

Ook al heeft de medicus natuurlijk een enorm informatie-overwicht, wil dat niet zeggen dat hij niet iets kan bijleren van zijn patiënten. Dit dient niet als een soort van falen beleefd te worden, maar als een mooie kans om scherp te blijven en te groeien in het vak.

 

GEEN WANTROUWEN MAAR BETROKKENHEID BIJ EIGEN GEZONDHEID

De arts zou er dan ook goed aan doen om kritische vragen of opmerkingen van patiënten niet te zien als uitingen van wantrouwen of als een aanval op de autoriteit van de arts, maar vooral als het recht van de patiënt om goed te weten wat er aan de hand is en als de wens om samen te werken; het gaat immers vaak over zaken als leven, ziekte en dood.
 

GOED INZICHT IN EIGEN BEHANDELING

Een moderne, mondige medische burger is niet langer tevreden met de traditionele verhouding van alwetende genezer en volgzame patiënt. Hij wil zoveel mogelijk te weten komen over zijn behandeling en er ook van alles over opzoeken op internet.  Hierdoor kan de patiënt veel informatie en kennis vergaren over een speciale behandeling.

 

Om de patiënt een eerlijke kans te geven is het zaak voor de patiënt om een goed inzicht te hebben in de eigen behandeling. Een mondige patiënt zou zo bijvoorbeeld een kopie van het verslag van het consult willen krijgen evenals een kopie van zijn medisch dossier. De tijd dat de arts de alleenheerschappij had over het medisch dossier en de behandeling is toch echt voorbij en eigenlijk als sinds de invoering van de wet WBGO in 1995.

 

Het is ook raadzaam voor de patiënt om bij een consult ook iemand anders mee te nemen. Het is daarbij ook verstandig om pen en papier mee te nemen om bepaalde termen op te schrijven, zodat je er later meer over kunt opzoeken op internet. Probeer ook via sociale netwerken als twitter en facebook in contact te komen met andere ervaringsdeskundigen om zo ook beter geïnformeerd te worden. Schrijf over je behandeling in blogs en fora: laat het digitaal gaan leven, maar bewaak natuurlijk wel je privacy.

 

Het geval van de metalen sportprothese heeft ons bovendien geleerd dat het zelfs raadzaam kan zijn om specifiek te vragen naar bepaalde namen van producenten/fabrikanten. Ook kan het geen kwaad om zelf onderzoek te doen naar farmaceutische producten. Met wat doorzettingsvermogen kom je ook wel door het medisch jargon heen.

 

CONCLUSIE

We moeten natuurlijk niet toe naar een situatie waarin de patiënt de arts gaat vertellen wat er dient te gebeuren. De tijd is er echter wel rijp voor dat de patiënt actief mee praat over zijn behandeling. Een goed geïnformeerde patiënt kan zo met volle betrokkenheid goedkeuring geven aan een bepaalde behandeling. In een dergelijke open sfeer kan zelfs in geval van een medische vergissing of fout een arts ook makkelijker iets toegeven omdat de patiënt daar dan eerder begrip voor kan opbrengen. Gezondheid is het resultaat van de gezamelijke inspanning van zowel arts als patiënt.

 

N.B. In een ander artikel is reeds eerder aandacht geschonken aan het wat mondiger maken van burgers op het terrein van de geneeskunde. Zie daarvoor Eerst Natuurlijke Middelen en dan pas Farmaceutische Pillen


Afbeeldingen afkomstig van VUMC, Gelreziekenhuizen en Maguza